Contact

  |  

U bent hier:  >> ROAD OF PEGIDA NEDERLAND  >> 1.Demo Almere 


1.Demo Almere

                 

 

Demonstratie 07.05.2016

Demonstratie Almere

 

 

Pegida-Almere, 7 mei 2016

(Door: Theresa Geissler)

Om te beginnen vraag ik de trouwe lezers van zowel E.J. Bron als daarbuiten om begrip dat de speeches, afgestoken bij Pegida-Almere op 7 mei 2016 in dit verslag minder gedetailleerd weergegeven zijn dan men inmiddels van mij gewend is: Ik had er een goede reden voor om mij deze keer even op iets anders te concentreren, die ik U nader uiteen zal zetten. Laat ik daar zelfs maar meteen mee beginnen:

Kijk, een beweging – in dit geval Pegida – een warm hart toedragen is één ding, maar hoe komt iemand zo ver om er óók voor te willen spreken? Dat kan ‘m liggen aan verschillende dingen, van absoluut ‘nobele’ bevlogenheid tot ‘ordinaire’ geldingsdrang, maar laat ons eerlijk zijn: In de meeste gevallen is het gewoon een combinatie van beide, die, mits in balans, dit verlangen om naar buiten te treden voor datgene waarvoor men stáát tot een gezond streven maakt. Wanneer het sprekers betreft die zichzelf inmiddels bewezen en naam gemaakt hebben, stelt men zich trouwens die vraag niet eens meer: Men doet alle moeite om ze voor manifestaties te strikken, haalt ze, wanneer dat lukt, juichend binnen en gaat er automatisch vanuit, dat juist z i j het uit die onversneden, nobele motieven doen zónder die bepaalde mate van geldingsdrang – wat uiteraard niet het geval is. Alleen is het op dat moment niet belangrijk.

Toont echter een beginneling op dit vlak, die zichzelf nog niet bewezen heeft, dezelfde ambitie, op de koop toe iemand, over wie men om wat voor reden dan ook zijn twijfels heeft of hij het wel aankan, dan is men snel geneigd, aan te nemen “dat hij louter gedreven wordt dóór geldingsdrang.” Wat dikwijls eveneens bezijden de waarheid is: Ook hier is dan meestal gewoon sprake van diezelfde combinatie.

Bij mij was dat eveneens het geval. Sinds Pegida-Nederland, zo rond september 2015, van de grond kwam, voelde ik me erbij betrokken, liep zoveel mogelijk de manifestaties af en was blij verrast toen ik bemerkte dat de organisatie mijn verslagen ervan – die ik primair voor de website E.J. Bron schreef – goed kon gebruiken en ze stilzwijgend overnam voor de ‘Info-Media.’ Toch begon er na verloop van tijd steeds duidelijker iets te ‘wringen.’ Zeker als na afloop van een manifestatie ieder zijns weegs ging en je dan niet zelden alleen in de trein zat, op weg naar huis. Dan keek je terug op de bijval die de sprekers ten deel was gevallen en kwam ik langzamerhand niet los van de gedachte: “Dat had ik ook zo kunnen zeggen…..wíllen zeggen……”

Nu zit ik al vanaf mijn geboorte opgezadeld met een relatief lichte, maar helaas zichtbare fysieke beperking, waar ik niet mee te koop loop, maar uiteindelijk niet omheen kan. Dat wil dan zeggen: Als ík het al kan, zorgt de omgeving er doorgaans wel voor dat ik het níet kan, zó zeer wordt er telkens weer over gestruikeld. Herhaaldelijk is het al gebeurd dat een bepaald voornemen mij door anderen weer uit het hoofd werd gepraat, “omdat ik dat niet áán zou kunnen.” Dit keer was ik daar echter niet geheel en al van overtuigd, aangezien ik jaren geleden wèl eens een paar voordrachten had gehouden, zij het dan meer op het literaire vlak, die wèl goed waren gegaan. Met díe wetenschap in het achterhoofd wordt het wel héél moeilijk om vrede te hebben met het vooruitzicht dat het juist hier nooit meer zou gebeuren.

En dat lukte me dan ook niet. Ik zal hier heel eerlijk zijn: Toen ik kort na de manifestatie in Den Haag op 10 april jl. zó bevangen werd door jaloerse gevoelens jegens Pegida-mensen die op welke manier dan ook wèl naar buiten traden (nog wat anders dus dan door middel van artikelen) dat ik er werkelijk last van kreeg, besloot ik contact te zoeken met de organisatie teneinde mijn verlangen voor te leggen. Ik durfde dat aan, doordat ik intussen de tendens bij Pegida-Nederland om iedere oprecht betrokkene metterdaad zoveel mogelijk een kans te geven, had menen te bespeuren. En ik kreeg gelijk: Pegida-Nederland-woordvoerder Edwin Wagensveld, evenals de overige organisatie-leden, gáf me die kans. Nu moest ik, van mijn kant, zien, deze waar te maken.

Ik oefende een paar weken intensief met mijn speech, schaafde hem bij, kortte hem in, oefende opnieuw. Oefenen met een microfoon ging natuurlijk niet; dat was welhaast mijn grootste zorg. Verder mocht ik niet “vastlopen”: Ik stotter alleen als ik ècht over mijn zenuwen raak óf op momenten dat ik de indruk krijg dat niemand geïnteresseerd is in wat ik naar voren breng. Voor dit publiek, had ik inmiddels bij mezelf vastgesteld, was ik feitelijk niet bang: Gelijkgestemden. Daarom was ik, op de keper beschouwd, ook niet bang om “weggehoond” te worden: Ik wist dat dit niet zou gebeuren. Waar ik wèl bang voor was, was het ‘medeleven’ dat zou volgen als het, op welke manier dan ook, faliekant mis zou lopen, vergezeld van de zachtzinnige constatering dat’dit waarschijnlijk toch niet voor mij was weggelegd.’ Dáár was ik inderdaad bang voor: Ik had dat in het verleden al genoeg op andere vlakken meegemaakt; ik wilde dat niet meer!

En toen werd het zaterdag 7 mei. Schitterend weer, ‘s morgens vroeg al. Enigszins gecompliceerde treinreis – busvervoer vanaf Weesp wegens werkzaamheden aan het spoor – maar ons min of meer vaste ”cluppie” – Ton, Helena, Herman, Koos, Hans, Bertie (nu vergezeld van haar zuster Annelies) en ik troffen elkaar meer dan bijtijds voor Café ‘t Boemeltje op het stationsplein, Almere Centraal. En we bereikten ruim op tijd de Esplanade, waar de demonstratie plaats zou vinden. Naar gewoonte was daar ook de familie Kuipers – José, Piet en dochter Ellen – al aanwezig. Maar overigens zou de opkomst – zo’n 50 á 60 demonstranten – zwaar tegenvallen (om nog maar te zwijgen van het voorspelbare feit dat de lokale – linkse – pers natuurlijk weer trachtte te suggereren dat het om niet meer dan 30 demonstranten ging. Geloof mij echter: Dat is weer overdreven naar de andere kant!) Die lage opkomst was, alles welbeschouwd, het enig teleurstellende aan een manifestatie, waarbij verder eigenlijk niets tegenzat! Oók voor mij niet:

Edwin deelde mijn zorgen; dat merkte ik wel, zonder dat het expliciet werd uitgesproken. Op mijn vraag wanneer ik aan de beurt was, antwoordde hij: “Als tweede, direct na mij. Maar ik ga het uitgebreid aankondigen en……” Daarop volgde een – supergoed bedoelde – uiteenzetting, die er op neerkwam dat als één van ons beiden zou merken dat het niet zou gaan, hij wel een manier had om er onmiddellijk een punt aan te draaien “en dan proberen we het volgende keer gewoon opnieuw.” Hoe genereus ook, een dergelijk scenario was nu juist wat ik n i e t wenste. “Dat is vreselijk lief van je,” probeerde ik met mijn laatste restje standvastigheid te benadrukken, “maar ik wil ervan uitgaan, dat dat niet nodig zal zijn.”

Niettemin stelde ik me, zodra Ed even na tweeën met zijn openingsspeech begon, alvast maar strategisch op naast de podiumtrap, achter de afzetting – niemand, die er gelukkig iets van zei – met mijn eigen speech in de aanslag. Zodoende kon ik bijtijds gehoor geven aan zijn oproep: “Theresa, kom maar op het podium!”, zonder dat er iets mis ging bij het beklimmen van het trapje. Ik was er weliswaar niet op voorbereid dat hij de microfoon van de standaard afnam en die in mijn hand duwde en tegelijkertijd de speech úit mijn hand nam en erbij bleef staan om de bladen om te slaan, maar ik berustte ter plekke: Het was niet het ogenblik om ook maar iets anders te doen.

Zo ging het echter wèl! Meteen nadat het me gelukt was de opening te maken: “Goedemiddag, Almere, goedemiddag, vrienden van Pegida” – wat welwillend door de toehoorders ontvangen werd – voelde ik de grond onder mijn voeten wat vaster worden. Ik redde het verder zonder één hapering; zelfs geloof ik dat het me lukte tussen de woorden door af en toe een ogenblik op te kijken van het papier en hier en daar de stembuigingen toe te passen, die ik me half en half thuis voorgenomen had. Het verstaanbaar spreken door de microfoon bléék niet moeilijk – van díe angst ben ik vanaf nu wel verlost – en de grootste verrassing was voor mij nog dat ik in staat bleek, aan het eind, na het scanderen van de slotzin “Wij zijn het Volk” er nog volkomen spontaan de aansporing aan vast te knopen: “Zeg mij na: Wij zijn het Volk!” Wat zowaar opgepikt werd: De kreet wèrd overgenomen! Kijk: Dát zijn nu van die ogenblikken, die voldoening geven.

Na drie verdere redes van achtereenvolgens: Hugo Kuipers (over, onder meer, de afbraak in de gezondheidszorg) Torsten Frank (over de opkomst van de AfD en de publieke afgang van Heiko Maas) en Asje Bello (onder andere over de rol van de Europese politieke leiders) was het tijd voor de mars. Ik maakte nèt aanstalten om mijn tas en verdere toebehoren bij elkaar te graaien, toen Raffie Chohan me zei: “Laat die maar liggen; ze liggen daar veilig: Je mag de ‘banner’ meedragen, want jij bent één van de sprekers.” Aha! Ik heb er in mijn vorige artikel al gewag van gemaakt dat ik van mezelf betwijfelde of ik voor dat klusje niet te onhandig zou zijn, maar dit was té vererend om te weigeren. En het viel mee: Ik liep uiterst rechts en dacht er zelfs aan, mijn rechter hand van tijd tot tijd van de bovenkant van de banner te verplaatsen naar de rechter zijkant, wanneer de flap door de wind te veel dreigde op te waaien. Ook voorts ging alles goed: Niet één keer gestruikeld of gezwikt. Het werd een niet al te lange, maar wel voorspoedige mars door het centrum van Almere, zonder één wanklank, doordat de AFA zich niet liet zien. Later zou blijken dat ze van een tegen-demo hadden afgezien, omdat hen een locatie was toegewezen, die naar hun zin te ver van de onze af lag. Tja……. (Maar, als je het goed nagaat: Wat zit zo’n site als Kafka dan eigenlijk te zeiken van “een afgang voor Pegida met maar 30 – daar hád je weer die ’30’ – man? Van hún kant was er NIEMAND komen opdagen!)

Eenmaal aan het eind van de mars weer teruggekeerd op de Esplanade hield Raffie nog een toespraak, voornamelijk over de invloed van de islam in Nederland, waarna Edwin in zijn slotrede aandacht besteedde aan, onder andere, de sociale afbraak en de achterstelling van autochtoon Nederland, waarna hij de demonstratie besloot met de mededeling, dat de volgende gepland stond voor 11 juni; de locatie zou nog bekend worden gemaakt. (Opm.: op de Facebook-pagina van Pegida-Nederland staat de juiste datum 4 juni vermeld!).

Velen van ons besloten die werkelijk stralende middag met na-zitjes binnen hun vaste groepjes: Aan caféterrassen geen gebrek in Almere en het weer léénde zich er voor! De stemming was algemeen opgewekt, ondanks de tegenvallende opkomst en ik weet zeker dat niemand er aan twijfelde dat Pegida Nederland de ingeslagen koers zou blijven volgen: Iedereen was tevreden. Ik ook? Jazeker! Tevreden èn een paar twijfels lichter. Ik dank de organisatie en in het bijzonder onze woordvoerder hierbij nogmaals voor hun tegemoetkomendheid en hun goede zorgen en spreek de hoop uit dat ik nog veel zal kunnen terugdoen in de toekomst: Met wederzijds goedvinden zal men hoe dan ook van mij blijven vernemen: in geschrift…..of, zo het mij vergund moge zijn, anderszins. Wie zou dat tenslotte niet willen doen….voor Pegida?

Door:
Theresa Geissler

 

Contact

  |